Terwijl een woeste storm op zee huishoudt, zit een eenzame jonge matroos bij het vuur in een havencafé. Buiten verslinden krijgende meeuwen een mogelijk nog warm kadaver. De matroos voelt zich niet goed. Geloof het of niet, de jongeman had nog nooit vis gegeten tot deze avond. Er leek niets anders op het menu te staan, dus waarom niet? Tussen vreemde metgezellen en toeschouwers begint hij, terwijl hij zijn maaltijd snijdt, aan thuis te denken. Met alleen een lege tafel als vriend dreigt hij de realiteit uit het oog te verliezen.