De film ontleent zijn titel aan een literair genre en erkent de onbepaaldheid van zowel fictie als het zelf. Noirelementen worden gereduceerd tot dode gebaren onder fel Californisch zonlicht. Veldopnames uit Nieuw-Zeeland zijn te horen terwijl vrouwen met elkaar praten over moederschap, abortus, relatiebreuken en angst. Een burgerrechtenparade beweegt langzaam door een straat. Lichamen worden getoond in toestanden van vermoeidheid, gewond of in rust, terwijl liedjes van Irma Thomas en Goldberg het verstrijken van de tijd en een onzekere toekomst oproepen.