Deze film vertrekt vanuit het handgeschreven memoires van de vader van de filmmaker en diens ervaringen met ontheemding tijdens de oorlog. Verwijzend naar het begrip 'The Self-Unseeing' uit het gelijknamige gedicht van Thomas Hardy uit 1901, keert de film terug naar de kindertijd en de zaken die ons vormen: opvoeding, sociale status, onderwijs, arbeid en familiebanden. Het memoires vlecht zich in de film als een bespiegeling op sterfelijkheid en een illustratie van vervagende herinneringen, waarbij wordt nagedacht over hoe we ons verleden vastleggen en hoe het opnieuw verteld kan worden.