Mijn naam is Ion. Wie had het lot kunnen vermoeden dat mij te wachten stond: mijn geboorte onder het Roemeense dictatorsregime, het verlies van mijn gezichtsvermogen door een ongeval, mijn plotselinge vlucht uit mijn thuisland op zoek naar een toekomst die iets te idyllisch bleek? Eén ding is zeker: het lot is als alle criminelen die ik vandaag voor de Belgische federale politie verhoor. Met een beetje wilskracht is er altijd een manier om zijn streken te ontwijken. Degene die mij dat leerde, is een hechte en trouwe jeugdvriend. Die vriend is de literatuur. Zonder haar zou ik waarschijnlijk niet zijn wat ik nu ben, hier, onder u.