In 1933 speelde Jean Weidt L’apprenti sorcier, de slaaf van een autoritaire, gewelddadige meester, die zijn slopende arbeidsomstandigheden probeerde te verbeteren. Aan het einde van de Republiek Weimar was Duitsland getuige van de opkomst van artistieke protestbewegingen. Kunstenaars die door het regime van het Derde Rijk werden onderdrukt, hadden geen andere keuze dan ballingschap om via het expressionisme hun verlangen naar een beter leven te claimen.