Een vrouw vermomt zich als man om vervolging te ontlopen voor de moord op haar minnaar vijftien jaar eerder. Als laatste levende lid van een rijke Weense familie reist ze sindsdien door Europa met haar dienstmeisje. De anonimiteit geeft haar bewegingsvrijheid, maar weinig gemoedsrust. Op middelbare leeftijd overweegt ze, geplaagd door schuld en de leegte van haar bestaan, zelfmoord als enige uitweg uit haar dilemma.