Chantale en Paulin, een broer en zus geboren uit verkrachting, ontmoeten elkaar voor het eerst in een weeshuis in Kivu, ver van hun geboortedorp. Gedreven door de noodzaak om hun wortels te begrijpen, gaan ze op zoek naar hun moeder en een gevoel van identiteit. Om hen heen delen andere kinderen, allemaal getekend door de oorlog in Oost-Congo, hun verhalen over verlies en ontheemding. In dit weeshuis, gerund door zuster Clothilde die soms op verre missies is, leren de jongeren elkaar te steunen en hun leven weer op te bouwen, en vormen ze een gekozen familie die wordt gedefinieerd door veerkracht en hoop.