Job Abramonoff, de leider van een Joodse gemeenschap in Rusland, wordt gearresteerd voor de rituele moord op Sonja Mulnikow, het kleine zusje van Sascha, een niet-Jood en jeugdvriend van Jobs dochter Manya. Sascha, die sympathie heeft voor het lot van de Joden, wordt ertoe gebracht om tegen zijn beter weten in de beschuldigende vinger naar Job te wijzen. Hij leest een boek, 'The Philosophy of Race Prejudice', dat vertelt hoe Maneth, de Egyptische hogepriester, Alexander de Grote probeerde te misleiden door te doen geloven dat zijn jonge vriend Cassander het slachtoffer was van een dergelijk offer door de Joden. Overtuigd van zijn fout, probeert Sascha de familie Abramonoff te redden en de pogrom te stoppen die begon toen Job werd gearresteerd. Sonja blijkt levend en wel te zijn, maar het is te laat: de menigte is de gevangenis binnengedrongen en heeft Job gestenigd. Ontzet bekent Sascha aan Manya dat hij bevooroordeeld was en vraagt om vergeving.