Een tiener bewondert zijn vriend die matroos is. Hij droomt over exotische landen, prachtige sterrenhemels en de onvermijdelijke heimwee die zijn vriend naar hem terug zou brengen. In een kleurrijke reeks mythische beelden worden zijn kwetsbare dromen zo onwerkelijk dat zijn enthousiasme om zijn vriend weer te zien omslaat in angst.