Ann Way (14 november 1915 – 13 maart 1993) was een Engelse karakteractrice in film en televisie. Geboren in Wiveliscombe, Somerset, begon ze haar carrière in het repertoiretheater in Birmingham in de jaren vijftig, waarna ze naar het Dundee Rep verhuisde. Door haar kleine postuur en diepliggende ogen werd ze vaak gecast als een typisch verstrooide, timide of muisachtige vrijster. Desalniettemin speelde ze een breed scala aan rollen, waaronder in de televisieseries 'Dr Finlay's Casebook', 'Emmerdale Farm' (als de tante van kroegbaas en correspondent Amos Brearly), 'Fawlty Towers' (waar ze de vrouw van de kolonel speelde die per ongeluk de rauwe mul werd geserveerd in 'Gourmet Night') en 'Rumpole of the Bailey' als Dodo Mackintosh. Ze speelde de vrouw van de dominee in 'Last of the Summer Wine' en las de 'Mevrouw Peperbus'-boeken voor in het kinderprogramma 'Jackanory'. Haar filmrollen omvatten 'Carry On Loving' (1970), 'Endless Night' (1972), 'Clockwise' (1986) en 'The Prime of Miss Jean Brodie' (1969). Een ongebruikelijke rol was in de korte film 'Unusual Ground Floor Conversion' (1987), waarin ze een oudere vrouw speelde die haar benedenbuurvrouw tot waanzin drijft door elke paar minuten water uit het raam te gooien. Way overleed in Londen, Engeland op 13 maart 1993.