Eça de Queirós was een Portugese romanschrijver die zich inzette voor sociale hervormingen en het naturalisme en realisme in Portugal introduceerde. Hij wordt beschouwd als de grootste Portugese romanschrijver, zeker de belangrijkste van de 19e eeuw, met internationale faam. Als zoon van een vooraanstaande magistraat bracht hij zijn vroege jaren door bij familie en ging op vijfjarige leeftijd naar een kostschool. Na zijn rechtenstudie aan de Universiteit van Coimbra in 1866, waar hij veel Franse literatuur las, vestigde hij zich in Lissabon. Zijn vader, die inmiddels met zijn moeder was getrouwd, hielp hem met een start in de juridische wereld, maar Eça's interesse lag bij de literatuur. Zijn korte verhalen en essays verschenen al snel in de 'Gazeta de Portugal'. In 1871 sloot hij zich aan bij de Generation of '70, een groep rebelse intellectuelen die streefden naar sociale en artistieke hervormingen. Hij diende als consul in Havana, Newcastle upon Tyne en Bristol, waar hij zijn beroemdste romans schreef, zoals 'O crime do Padre Amaro' (1875) en 'Os Maias' (1888), die de Portugese samenleving bekritiseerden. Zijn latere werken, zoals 'A Cidade e as Serras' (1901), waren sentimenteler. Hij overleed in 1900 als consul in Parijs.