Francis Lederer (6 november 1899 – 25 mei 2000) was een in Tsjechië geboren film- en toneelacteur met een succesvolle carrière, eerst in Europa, daarna in de Verenigde Staten. Zijn oorspronkelijke naam was František Lederer. Zijn eerste Amerikaanse films waren Man of Two Worlds (1934), Romance in Manhattan (1934) met Ginger Rogers, The Gay Deception (1935) met Frances Dee en One Rainy Afternoon (1936). Hij werd gecast als hoofdrolspeler naast Katharine Hepburn in de film Break of Hearts (1935), maar de producenten vervingen hem door Charles Boyer. Irving Thalberg was van plan om Lederer 'de grootste ster in Hollywood' te maken, maar de dood van Thalberg maakte hier een einde aan. Hoewel hij af en toe hoofdrollen bleef spelen – met name als playboy in Mitchell Leisens Midnight met Claudette Colbert en John Barrymore in 1939 – begon Lederer eind jaren dertig zijn karakterrollen uit te breiden, en speelde hij zelfs schurken. Edward G. Robinson prees Lederers vertolking van een Duits-Amerikaanse Bundist in Confessions of a Nazi Spy (1939), en hij oogstte lof voor zijn rol als fascist in The Man I Married (1940) met Joan Bennett. Hij speelde ook graaf Dracula in The Return of Dracula (1958). Gedurende zijn hele carrière bleef Lederer, die studeerde bij Elia Kazan aan de Actors Studio in New York, serieus toneelspelen en trad hij vaak op in New York en elders. Hij verscheen in toneelproducties van Golden Boy (1937), Seventh Heaven (1939), No Time for Comedy (1939), waarin hij Laurence Olivier verving, The Play's the Thing (1942), A Doll's House (1944), Arms and the Man (1950), The Sleeping Prince (1956) en The Diary of Anne Frank (1958). Hoewel hij in 1941 een pauze nam van filmen om zich te concentreren op zijn toneelwerk, keerde hij in 1944 terug op het witte doek in Voice in the Wind en The Bridge of San Luis Rey, en in films als Jean Renoirs The Diary of a Chambermaid (1946) en Million Dollar Weekend (1948). Hij nam opnieuw een pauze van Hollywood in 1950, na het maken van Surrender (1950), en keerde terug in 1956 met Lisbon en de lichte komedie The Ambassador's Daughter. Zijn laatste filmoptreden was in Terror Is a Man in 1959. Tijdens de jaren vijftig was hij ereburgemeester van Canoga Park. Hij bleef nog tien jaar televisieoptredens maken in series als Sally, The Untouchables, Ben Casey, Blue Light, Mission: Impossible en That Girl. Zijn laatste televisieoptreden was in een aflevering uit 1971 van Rod Serlings Night Gallery, genaamd 'The Devil Is Not Mocked', waarin hij zijn rol als Dracula uit The Return of Dracula hernam.