Frank Edward Robinson werd geboren op 25 april 1937 in White Plains, New York, als zoon van de overleden Adkin en Mary Robinson. Bijna 75 jaar woonde hij in The Bronx, New York. Hij volgde onderwijs op openbare scholen in de Bronx en Manhattan en studeerde later acteren bij het American Community Theater onder leiding van de overleden Maxwell Glanville. Op 27 november 1965 trouwde hij met Claretha Fleming, met wie hij drie kinderen kreeg. Robinson diende vanaf 1956 een tijd in het United States Marine Corps. Tijdens het opvoeden van zijn gezin en het nastreven van een acteercarrière werkte hij bij de United Postal Service, tot zijn pensioen in 2001. Zijn ware passie lag bij de kunst als middel voor cultureel en politiek bewustzijn. Dit leidde ertoe dat hij met gelijkgestemde kunstenaars de African Jazz Arts Society and Studios (AJASS) medeoprichtte, een voorloper van de Black Arts- en 'Black is Beautiful'-bewegingen, waaruit de bekende Grandassa Models en de 'Naturally'-show voortkwamen. Naast een van de twee mannelijke 'Naturally'-modellen te zijn, was hij directeur van het AJASS Repertory Theater, waar hij producties als 'Caste Life Revue' en 'Portrait of Patrice Lumumba' regisseerde en in speelde. Hij bleef verbonden met zijn AJASS-familie terwijl hij zijn carrière als professioneel acteur voortzette, en wijdde zich als uitvoerend artiest, docent en mentor aan het theater. Hij trad op in binnen- en buitenland (Zwitserland, Frankrijk en Italië) in theater, televisie en film. Zijn theaterwerk omvat stukken als 'Slave Ship' van Amiri Baraka, 'My Sister, My Sister' van Ray Aranha, 'The Mighty Gents' van Richard Wesley, en werken van August Wilson. Zijn filmrollen zijn onder meer in 'Across 110th Street', 'Fort Apache The Bronx', 'Taxi Driver' en 'Malcolm X'. Op televisie was hij te zien in series zoals 'Kojak', 'Law and Order' en 'The Cosby Show'.