Biografie
Leven en carriere
Gillo Pontecorvo (19 november 1919, Pisa – 12 oktober 2006, Rome) was een Italiaanse filmmaker van Joodse afkomst. Hij was de broer van kernfysicus Bruno Pontecorvo en geneticus Guido Pontecorvo, en vader van cameraman Marco, schilder Simone en fysicus Ludovico. Oorspronkelijk opgeleid als chemicus, werd hij journalist en correspondent in Parijs. In 1941 sloot hij zich aan bij de Italiaanse Communistische Partij (PCI) en nam deel aan antifascistische activiteiten. Na de Sovjetonderdrukking van de Hongaarse Opstand in 1956 verliet hij de PCI, maar bleef zich marxist noemen. Na de Tweede Wereldoorlog begon hij in de filmwereld als assistent van onder anderen Yves Allégret en Mario Monicelli. Zijn eerste documentaires maakte hij in de jaren vijftig. Zijn speelfilmdebuut was 'La grande strada azzurra' (1957). Zijn film 'Kapò' (1960) over een concentratiekamp werd genomineerd voor een Oscar. Zijn belangrijkste werk is 'The Battle of Algiers' (1966), een reconstructie van de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog, die de Gouden Leeuw won maar lang verboden was in Frankrijk. Hierna volgde 'Queimada' (1969) met Marlon Brando, een aanklacht tegen kolonialisme. Na het commerciële falen daarvan maakte hij weinig films meer, zoals 'Operación Ogro' (1979) over een ETA-aanslag. Van 1992 tot 1994 was hij directeur van het Filmfestival van Venetië. Hij overleed in 2006 in Rome.