Hercules Bellville (18 juni 1939 – 21 februari 2009) was een Amerikaanse filmproducent. Hij werkte een groot deel van zijn latere carrière samen met Jeremy Thomas bij Recorded Picture Company in Londen. Bellville was associate producer van The Dreamers en Sexy Beast, en co-producer van Blood and Wine. Eerder was hij meer dan tien jaar lang assistent-regisseur van Roman Polanski, met wie hij creatief samenwerkte. Hij was associate producer van Polanski's The Tenant, en het zijn zijn handen die door de muur komen om Catherine Deneuve te bedreigen in Repulsion. Bellville werd geboren in San Diego, Californië, als zoon van Rupert Bellville en Jeanie Fuqua. Het gezin verhuisde rond 1941 naar Engeland, waar zijn vader testpiloot werd. Na de scheiding van zijn ouders werd Hercules naar Ampleforth College in Yorkshire gestuurd. In de zomer van 1956 reisde hij met Ernest Hemingway en stierenvechter Cayetano Ordóñez door Spanje. Terug in Engeland studeerde hij Frans en Spaans aan Christ Church, Oxford. In 1964 ontmoette hij Roman Polanski, die hem een baan als assistent aanbood voor de film Repulsion en later Cul de Sac. Pas vanaf 1971 kreeg hij schermcredits: MacBeth (1971), What? (1972) en Tess (1978), telkens als second unit director. In 1976 was hij associate producer van The Tenant. Na een lange periode als assistent-regisseur voegde hij zich in 1984 bij Jeremy Thomas in Londen als 'cultureel ambassadeur'. In de winter van 2007/8 werd bij hem kanker vastgesteld; hij leek te genezen, maar de ziekte keerde terug in de winter van 2008/9. Hij trouwde op 19 februari 2009 met Ilana Shulman en overleed twee dagen later. Hij is begraven op East Highgate Cemetery, aan de zuidkant van het hoofdpad.