John Dexter (2 augustus 1925 – 23 maart 1990) was een Engelse theater-, opera- en filmregisseur. Geboren in Derby, Derbyshire, Engeland, verliet hij op veertienjarige leeftijd de school om tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Britse leger te dienen. Na de oorlog begon hij als toneelacteur, maar stapte al snel over op het produceren en regisseren van voorstellingen voor repertoiregezelschappen. In 1957 werd hij benoemd tot adjunct-directeur van de English Stage Company, gevestigd in het Royal Court Theatre. Zijn eerste grote succes was de productie van Roots in 1959, waarmee Joan Plowright doorbrak. Hij regisseerde onder meer Toys in the Attic (1960), Saint Joan (1963), en werd in 1964 adjunct-directeur van het National Theatre of Great Britain, waar hij The Royal Hunt of the Sun (1964) produceerde. Dat jaar regisseerde hij ook Othello, met Laurence Olivier, Maggie Smith en Frank Finlay, een groot succes. RCA maakte een audio-opname en Stuart Burge verfilmde de productie in 1965. Dexter bleef regisseren: Hamlet (1969), Equus (1973), The Party (1973), Phaedra Britannica (1975), The Merchant (1977), As You Like It (1979), Life of Galileo (1980), The Glass Menagerie (1983) en Julius Caesar (1988). Zijn laatste grote succes was M. Butterfly (1988) op Broadway, gevolgd door Die Dreigroschenoper (1989). Zijn speelfilmdebuut was The Virgin Soldiers (1969), gevolgd door The Sidelong Glances of a Pigeon Kicker (1970) en I Want What I Want (1972). Voor Granada Television regisseerde hij Twelfth Night (1969) met Alec Guinness en Ralph Richardson.