Laurence Kerr Olivier, Baron Olivier, OM (22 mei 1907 – 11 juli 1989) was een Engelse acteur en regisseur die, samen met tijdgenoten als Ralph Richardson, Peggy Ashcroft en John Gielgud, het Britse toneel in het midden van de 20e eeuw domineerde. Hij speelde ook in films, met meer dan vijftig rollen, en had later succes op televisie. Zijn vader, een geestelijke, besloot dat hij acteur moest worden. Na een toneelschool in Londen leerde Olivier het vak in verschillende rollen eind jaren 1920. Zijn eerste grote West End-succes kwam in 1930 met Noël Cowards 'Private Lives', gevolgd door zijn filmdebuut. In 1935 speelde hij in een gevierde productie van 'Romeo en Julia' naast Gielgud en Ashcroft, en tegen eind jaren 1930 was hij een gevestigde ster. In de jaren 1940 was hij mededirecteur van het Old Vic, samen met Richardson en John Burrell, en maakte er een gerespecteerd gezelschap van, met beroemde rollen als Shakespeares Richard III en Sophocles' Oedipus. In de jaren 1950 was hij onafhankelijk acteur-manager, maar zijn toneelcarrière stagneerde tot hij in 1957 bij het avant-garde English Stage Company kwam voor de titelrol in 'The Entertainer', die hij later ook op film speelde. Van 1963 tot 1973 was hij oprichter en directeur van het National Theatre in Groot-Brittannië, waar hij een vast gezelschap leidde dat veel toekomstige sterren voortbracht, met eigen rollen als Othello (1965) en Shylock in 'The Merchant of Venice' (1970). Zijn films omvatten onder meer 'Wuthering Heights' (1939), 'Rebecca' (1940), en een Shakespeare-trilogie als acteur-regisseur: 'Henry V' (1944), 'Hamlet' (1948) en 'Richard III' (1955). Latere films waren 'The Shoes of the Fisherman' (1968), 'Sleuth' (1972), 'Marathon Man' (1976) en 'The Boys from Brazil' (1978). Op televisie verscheen hij in onder andere 'The Moon and Sixpence' (1960), 'Long Day's Journey into Night' (1973), 'Love Among the Ruins' (1975), 'Cat on a Hot Tin Roof' (1976), 'Brideshead Revisited' (1981) en 'King Lear' (1983). Olivier ontving een ridderschap (1947), een levenslange adellijke titel (1970) en de Orde van Verdienste (1981). Voor zijn schermwerk kreeg hij vier Academy Awards, twee British Academy Film Awards, vijf Emmy Awards en drie Golden Globe Awards. De grootste zaal van het National Theatre is naar hem vernoemd, evenals de jaarlijkse Laurence Olivier Awards van de Society of London Theatre. Hij was drie keer getrouwd, met actrices Jill Esmond (1930-1940), Vivien Leigh (1940-1960) en Joan Plowright (1961 tot zijn dood).