Lillian Hall-Davis (23 juni 1898 – 25 oktober 1933) was een Engelse actrice uit het stommefilmtijdperk. Ze speelde hoofdrollen in Engelse films en in een aantal Duitse, Franse en Italiaanse producties. Geboren als Lilian Hall Davis, dochter van een Londense taxichauffeur, omvatten haar films onder meer een gedeeltelijk gekleurde versie van I Pagliacci (1923), The Passionate Adventure (1924), Blighty (1927), The Ring (1927) en The Farmer's Wife (1928). De laatste twee werden geregisseerd door Alfred Hitchcock, die haar destijds zijn 'lievelingsactrice' noemde. Ze had een hoofdrol in een 'weelderige productie' van Quo Vadis (1924), een Italiaanse film geregisseerd door Gabriellino D'Annunzio en Georg Jacoby. Hall-Davis verscheen ook in een korte komediefilm gemaakt met het Lee DeForest Phonofilm-geluid-op-film-proces, As We Lie (1927), waarin ze samen met Miles Mander speelde, die ook regisseerde. Ze maakte de overstap naar geluidsfilms niet; in 1933 leidden haar 'scherpe carrièreachteruitgang en gezondheidsproblemen' ertoe dat ze zelfmoord pleegde door de gasoven open te zetten en haar keel door te snijden in haar huis in de wijk Golders Green in Londen. Ze was 35 jaar oud.