Malcolm X (19 mei 1925 – 21 februari 1965), geboren als Malcolm Little en ook bekend als El-Hajj Malik El-Shabazz, was een Afro-Amerikaanse moslimgeestelijke, publiek spreker en mensenrechtenactivist. Voor zijn bewonderaars was hij een moedige voorvechter voor de rechten van Afro-Amerikanen, die blank Amerika op harde wijze aanklaagde voor zijn misdaden tegen zwarte Amerikanen. Zijn tegenstanders beschuldigden hem van het prediken van racisme, zwarte suprematie, antisemitisme en geweld. Hij wordt beschouwd als een van de grootste en meest invloedrijke Afro-Amerikanen in de geschiedenis. In 1998 noemde Time 'De autobiografie van Malcolm X' een van de tien meest invloedrijke non-fictieboeken van de 20e eeuw.
Malcolm X groeide op in Omaha, Nebraska. Zijn jeugd, waaronder de lessen van zijn vader over zwarte trots en zelfredzaamheid, en zijn eigen ervaringen met racisme, speelden een cruciale rol in zijn latere leven. Toen hij dertien was, overleed zijn vader en werd zijn moeder opgenomen in een psychiatrische instelling. Na in verschillende pleeggezinnen te hebben gewoond, raakte hij betrokken bij criminele activiteiten in Boston en New York. In 1946 werd hij veroordeeld tot acht tot tien jaar gevangenisstraf.
In de gevangenis sloot hij zich aan bij de Nation of Islam. Na zijn voorwaardelijke vrijlating in 1952 werd hij een van de leiders en belangrijkste woordvoerders van de beweging, bijna twaalf jaar lang het gezicht van deze controversiële groep. Spanningen met leider Elijah Muhammad leidden ertoe dat Malcolm X in maart 1964 de organisatie verliet. Hij reisde daarna uitgebreid door Afrika en het Midden-Oosten en richtte de religieuze organisatie Muslim Mosque, Inc. en de seculiere Organization of Afro-American Unity op, die Pan-Afrikanisme voorstond. Minder dan een jaar na zijn vertrek werd Malcolm X in New York vermoord door drie leden van de Nation of Islam tijdens een toespraak.
Zijn overtuigingen evolueerden tijdens zijn leven. Als woordvoerder van de Nation of Islam predikte hij zwarte suprematie en vergoddelijkte hij de leiders. Hij pleitte voor segregatie tussen zwarte en blanke Amerikanen, wat hem op gespannen voet bracht met de burgerrechtenbeweging die integratie nastreefde. Na zijn vertrek in 1964 bekeerde hij zich tot de soennitische islam, deed de hadj naar Mekka en verwierp hij racisme, terwijl hij een voorvechter bleef van zwarte zelfbeschikking, zelfverdediging en mensenrechten. Hij toonde zich bereid samen te werken met burgerrechtenleiders en beschreef zijn eerdere positie als die van een 'zombie'.