Mary Marquet (geboren als Micheline Marguerite Delphine Marquet; 14 april 1895 – 29 augustus 1979) was een Franse toneel- en filmactrice. Ze kwam uit een artistieke familie: haar ouders waren acteurs, een tante was sterren-danseres bij de Parijse Opera en een andere was verbonden aan de Comédie-Française. In 1913 begon ze aan het Conservatoire National Supérieur d'Art Dramatique, maar zakte voor haar eindexamen. Desalniettemin werd ze direct aangenomen in het gezelschap van Sarah Bernhardt, een goede vriendin van de familie. Haar doorbraak kwam met de rol in 'L'Aiglon' van Edmond Rostand, met wie ze van 1915 tot zijn dood in 1918 een relatie had. Haar filmdebuut was in 1914, maar haar eerste grote filmrol was in 'Sappho' (1932). Vanaf 1923 was ze meer dan twintig jaar verbonden aan de Comédie-Française. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zocht ze, om haar zoon te beschermen die bij het verzet wilde, contact met Duitse officieren. Dit leidde echter tot zijn arrestatie en dood in concentratiekamp Buchenwald. Na de bevrijding werd Marquet zelf korte tijd vastgezet wegens vermeende collaboratie, maar vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. In de jaren 50 legde ze zich toe op poëzierecitals en televisiewerk, onder meer voor de ORTF. Naast haar acteercarrière runde ze jarenlang een antiekstand op de Parijse markt 'Swiss Village'. Tot haar bekendste filmrollen behoren 'Landru' (1962), 'La Grande Vadrouille' (1966) en 'Casanova' (1975). In haar privéleven had ze relaties met onder anderen Edmond Rostand en André Tardieu, en was ze getrouwd met Maurice Escande en Victor Francen. Ze overleed op 84-jarige leeftijd aan een hartaanval en ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre.