Michael Dennis Bryant (5 april 1928 – 25 april 2002) was een Britse toneel- en televisieacteur. Bryant bezocht de Battersea Grammar School en na zijn diensttijd bij de koopvaardij en het leger ging hij naar de toneelschool en verscheen hij in vele producties op het Londense toneel. Zijn filmdebuut maakte hij in 1955. Zijn grootste rol was Mathieu in de BBC2-bewerking uit 1970 van Jean-Paul Sartres trilogie 'Roads to Freedom'. Zijn gastoptreden als Wing Commander Marsh, die krankzinnigheid veinst in de 'Tweedledum'-aflevering van de BBC-dramaserie Colditz (1972), wordt nog steeds algemeen herinnerd. Bryant werd door Orson Welles gekozen om de hoofdrol te spelen in The Deep, Welles' bewerking van de roman Dead Calm van Charles Williams. De productie had regelmatig geldgebrek en na de dood van acteur Laurence Harvey in 1973 stopte Welles de productie en kondigde aan dat de film - die op één special effect van een exploderend schip na voltooid was - niet zou worden uitgebracht. In 1969 waagde Bryant zich met zijn liefde voor het toneel aan een vreemde reis naar het rijk van cultfilms, waarin hij een slimme mannelijke prostituee speelde die een waanvoorstellingen hebbende familie van moordenaars te slim af is in de zwarte komedie Mumsy, Nanny, Sonny and Girly, een bewerking van een toneelstuk van Maisie Mosco. Door slechte marketing en gebrek aan vertrouwen in de film door de distributeur verdween de film snel in de vergetelheid, nog voordat hij een cultstatus kon ontwikkelen. Een van Bryants meest memorabele optredens was in de klassieke BBC-televisiefilm The Stone Tape (1972), waarin hij de leider speelt van een team wetenschappers dat spookverschijningen in een somber gotisch landhuis onderzoekt. Bryant had ook een bijrol als sadistische psychiater in de cultklassieker zwarte komedie The Ruling Class, met Peter O'Toole en Alastair Sim. Hij verscheen ook in Richard Attenboroughs Gandhi (1982) als een Britse diplomaat. Na het spelen van Lenin in de film Nicholas and Alexandra, hernam Bryant de rol later in Robert Bolts toneelstuk State of Revolution (1977). Hij had eerder samengespeeld in Bolts mislukte Gentle Jack. De productie van 1977 van een Bolt-toneelstuk was echter belangrijk omdat het de eerste rol was die hij speelde in het National Theatre, waar hij een kwart eeuw lang een constante aanwezigheid was. Bryant, door Michael Billington omschreven als 'rotsvaste compagnon', had eerder opgetreden bij de Royal Shakespeare Company vanaf 1964, waaronder de première van Harold Pinters The Homecoming (1965), waarin hij Teddy, de terugkerende academicus, speelde. In 1980 won Michael Bryant de London Drama Critics Circle Theatre Award voor Beste Acteur, en zijn andere theateroptredens werden evenzeer gewaardeerd. Bryant won Laurence Olivier Awards in 1988 en 1990 en werd nog twee keer genomineerd.