Seymour Nebenzal (22 juli 1899 – 23 september 1961) was een in Amerika geboren Duitse filmproducent. Hij produceerde tussen 1927 en 1961 in totaal 46 films. Hij kwam in de filmproductie via zijn vader Heinrich Nebenzahl (1870–1938), die begin jaren twintig samenwerkte met de Duitse actiestar Harry Piel. In 1926 richtten Heinrich Nebenzahl en regisseur-producent Richard Oswald het bedrijf Nero-Film op. Als hoofd van dit bedrijf werd Seymour Nebenzal een van de belangrijkste producenten in de overgangsperiode van stomme film naar geluidsfilm in Duitsland, waarbij hij samenwerkte met regisseurs als Georg Wilhelm Pabst, Arthur Ripley, Douglas Sirk, Fritz Lang en anderen. In 1933 werd hij door de nazi's gedwongen in ballingschap te gaan. In Parijs produceerde hij films van andere Duitse ballingen, zoals zijn neef Robert Siodmak, Max Ophüls en Anatole Litvak. In 1939 vertrok hij naar Hollywood, waar hij een van de eerste onafhankelijke producenten werd. Hij maakte er films met onder meer Edgar G. Ulmer en Douglas Sirk, en produceerde remakes van zijn successen uit de vroege jaren dertig, zoals 'M' (1951) onder regie van Joseph Losey. Zijn zoon Harold Nebenzal (geboren in 1922 in Berlijn) was medeproducent van 'M' (1951) en werd later scenarioschrijver, filmproducent en romanschrijver. Seymour maakte eerder Billy Wilders eerste film, 'Menschen am Sonntag', mogelijk door de benodigde fondsen van zijn vader te lenen.