Ottavio 'Ugo' Tognazzi (23 maart 1922 – 27 oktober 1990) was een Italiaans acteur, regisseur en scenarioschrijver. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste gezichten van de Italiaanse komedie, samen met Vittorio Gassman, Nino Manfredi, Marcello Mastroianni en Alberto Sordi. Tognazzi werd geboren in Cremona in Noord-Italië, maar bracht zijn jeugd op verschillende plaatsen door omdat zijn vader reizend klerk voor een verzekeringsmaatschappij was. Na zijn terugkeer naar Cremona in 1936 werkte hij in een vleeswarenfabriek, waar hij accountant werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij opgeroepen voor het leger en sloot zich na de wapenstilstand van 8 september 1943 korte tijd aan bij de Zwarte Brigades. Zijn passie voor theater en acteren dateerde uit zijn vroege jaren; ook tijdens de oorlog organiseerde hij voorstellingen voor medesoldaten. In 1945 verhuisde hij naar Milaan, waar hij zich aansloot bij het theatergezelschap van Wanda Osiris. Enkele jaren later richtte hij zijn eigen succesvolle muzikale revuegezelschap op. Zijn filmdebuut maakte hij in 1950 in 'The Cadets of Gascony' van Mario Mattoli. In 1951 ontmoette hij Raimondo Vianello, met wie hij een succesvol komisch duo vormde voor de pas opgerichte RAI-tv (1954–1960). Hun shows, soms met satirisch materiaal, behoorden tot de eerste die op de Italiaanse televisie werden gecensureerd. Na zijn succesvolle rol in 'The Fascist' (1961) van Luciano Salce, werd Tognazzi een van de bekendste figuren in de zogenaamde 'Commedia all'Italiana'. Hij werkte met alle belangrijke regisseurs van de Italiaanse cinema, zoals Mario Monicelli, Marco Ferreri, Carlo Lizzani, Dino Risi, Pier Paolo Pasolini, Ettore Scola, Alberto Lattuada, Nanni Loy en Pupi Avati. Tognazzi regisseerde ook enkele films, waaronder 'The Seventh Floor' (1967), die werd geselecteerd voor het 17e Internationaal Filmfestival van Berlijn. Hij was een gevierd acteur in Italië en speelde in verschillende internationale films die hem ook buiten Italië bekend maakten. Roger Vadim castte hem als Mark Hand in 'Barbarella' (1968). In 1981 won hij de prijs voor beste mannelijke acteur op het Filmfestival van Cannes voor 'Tragedy of a Ridiculous Man' van Bernardo Bertolucci. Hij is wellicht het bekendst voor zijn rol als Renato Baldi, de homoseksuele eigenaar van een nachtclub in Saint-Tropez, in de Franse komedie 'La Cage aux Folles' (1978), die de best verdienende buitenlandse film ooit in de VS werd. Tognazzi had relaties met verschillende vrouwen en was getrouwd met actrices Margarete Robsahm en later Franca Bettoia. Hij had vier kinderen bij drie vrouwen: zijn zonen Ricky Tognazzi en Gianmarco Tognazzi zijn acteurs; zijn zoon Thomas Robsahm is een Noorse filmregisseur en -producent; zijn dochter Maria Sole Tognazzi is ook filmregisseur.