Vivien Leigh (geboren op 5 november 1913, Darjeeling, India – overleden op 8 juli 1967, Londen, Engeland) was een Engelse actrice, beroemd om haar rollen in Hollywood en het Britse theater. Ze won twee Academy Awards voor Beste Actrice, voor haar vertolking van Scarlett O'Hara in 'Gone with the Wind' (1939) en Blanche DuBois in 'A Streetcar Named Desire' (1951), wat haar status als een van de grootste actrices uit de klassieke cinema bevestigde. Ze was het enige kind van Ernest Hartley, een Britse makelaar, en Gertrude Yackjee, die van Anglo-Indiase en Armeense afkomst was. Haar jeugd bracht ze afwisselend in Engeland en Europa door, waar ze naar kostscholen ging voordat ze in 1932 aan de Royal Academy of Dramatic Art (RADA) in Londen studeerde. Haar filmdebuut was in 'Things Are Looking Up' (1934), gevolgd door rollen in Britse films zoals 'Fire Over England' (1937), waarin ze naast Laurence Olivier speelde. Hun professionele samenwerking groeide uit tot een veelbesproken romance. Haar doorbraakrol was Scarlett O'Hara in 'Gone with the Wind' (1939), waarvoor ze honderden actrices versloeg in een legendarische casting. De film werd een klassieker en haar optreden leverde haar internationale erkenning en haar eerste Academy Award op. Ze bleef acteren in films zoals 'Waterloo Bridge' (1940) en 'That Hamilton Woman' (1941), vaak samen met Olivier, met wie ze in 1940 trouwde. Hun huwelijk duurde 20 jaar en ze werden een gevierd theater- en filmkoppel. In 1951 won ze haar tweede Academy Award voor 'A Streetcar Named Desire', waar haar vertolking van Blanche DuBois persoonlijk was en haar eigen strijd met geestelijke gezondheid weerspiegelde. Leigh leed aan een bipolaire stoornis, wat haar carrière en relaties beïnvloedde, en aan chronische tuberculose, uiteindelijk leidend tot haar overlijden op 53-jarige leeftijd. Na haar scheiding van Olivier in 1960 vond ze gezelschap bij acteur John Merivale. Ondanks periodes van instabiliteit blijft ze een gevierde actrice; in 1999 werd ze door het American Film Institute (AFI) gerangschikt als de 16e grootste vrouwelijke filmster van het klassieke Hollywood. Ze won ook een Tony Award voor 'Tovarich' (1963). Haar schoonheid, talent en toewijding maakten haar een blijvend icoon.